vrijdag 11 mei 2001

Draagvlak

Succesvol beleid is effectief en efficiënt, maar ook gedragen. Beleid dat niet wordt geaccepteerd door de maatschappij heeft weinig kans van slagen. Draagvlakverwerving is echter niet eenvoudig. Door andere partijen (bedrijven, burgers, groeperingen, etc.) te betrekken bij het beleidsproces kunt u draagvlak verwerven. Zij ervaren zelf de dilemma’s die zich voordoen in het beleidsproces en worden mede ‘verantwoordelijk’ gemaakt voor de uitkomsten. Houd hierbij oog voor verschillen (en overeenkomsten) tussen partijen.
Let in ieder geval op:
  1. Verschillen in probleempercepties. Niet alle partijen zullen een vraagstuk hetzelfde ervaren. Wat de ene partij als een probleem ervaart, kan bij de andere partij niet of nauwelijks leven. Het kan ook zijn dat partijen wel hetzelfde probleem ervaren, maar niet om dezelfde reden. Zo kunnen ondernemers en milieuorganisaties allebei de verkeerscongestie in de stad willen aanpakken, maar zijn de ondernemers vooral gebaat bij een goede bereikbaarheid van hun winkels en willen milieuorganisaties de uitstoot van uitlaatgassen verminderen. Mogelijk gevolg is dat partijen verschillende beelden hebben wat een (voor hun) een adequate oplossing is.

    Investeer in het spreken van dezelfde taal. Wanneer u kiest voor (een bepaalde mate van) integraliteit wordt u geconfronteerd met mensen en partijen die werken vanuit een ander referentiekader: zij hebben een ander hoofddoel, andere kennis, andere ervaringen en een eigen jargon. Stelt u zich daarom de vraag met welke ‘beelden’, ‘taal’ en ‘informatie’ u het beste aansluit bij hun belevingswereld. Bereikbaarheidskaartjes (met reistijdisochronen) spreken ruimtelijke ordenaars bijvoorbeeld veel meer aan dan modellenplots met I/C-verhoudingen (zie ook de studie Bereikbaarheid in beeld). Zij zien dan immers de ruimtelijke gevolgen van bereikbaarheidsproblemen.Wat bereikbaarheidsproblemen betekenen voor forensen, bewoners en bezoekers van een bepaald geografisch gebied. Door aan te sluiten bij het referentiekader van andere partijen wordt de dialoog met die partijen makkelijker.
  2. Verschillen in urgentie die partijen ervaren. Het belang dat partijen hechten aan het oplossen van een probleem kan verschillen. Voor de ene partij kan een probleem raken aan haar kernactiviteiten en daardoor van groot belang zijn, terwijl een andere partij geen urgentie voelt. Verschillen in urgentie zijn bepalend voor de wijze waarop partijen betrokken willen of kunnen worden in het proces. Een partij die veel urgentie voelt zal eerder als trekker van het proces optreden dan een partij die geen urgentie voelt en het initiatief liever overlaat aan anderen.

    Speel open kaart over de randvoorwaarden en beschikbare informatie.
    Bij participatie van burgers en belangengroeperingen kunt u als overheid niemand de garantie geven dat zijn/haar wensen worden ingewilligd. Dit kan te maken hebben met onverenigbare doelen, beperkte personele en financiële middelen of bijvoorbeeld hogere richtinggevende beleidskaders of wetgeving. Ook moeten overheden het algemene belang stellen boven individuele belangen. Elke burger of belangengroepering accepteert dit, mits duidelijk wordt gecommuniceerd over de mogelijkheden, verwachtingen en spelregels.
    Met andere woorden, het is belangrijk dat u open kaart speelt. Zorg ervoor dat alle betrokken partijen over dezelfde informatie kunnen beschikken en dat u helder communiceert over de afwegingen en beleidskeuzes die u als overheid maakt. Geef duidelijk aan welke doelen wel en niet worden nagestreefd en waar discrepantie is tussen de individuele doelen van de verschillende betrokken partijen.

  3. Verschillen in invloed van partijen. Niet elke partij is even invloedrijk. De invloed die een partij kan uitoefenen op de verloop van het proces is afhankelijk van een veelheid aan factoren. Belangrijke krachten zijn onder meer toegang tot informatie, financiële middelen en politiek-bestuurlijke invloed.

    Maak voor het inzichtelijk maken van verschillen (en overeenkomsten) tussen partijen eventueel gebruik van de volgende modellen: 

Werk gericht op het verwerven van draagvlak.
Het verwerven van een breed draagvlak en het kiezen voor de inhoudelijk beste oplossing gaat niet altijd samen (compromis tussen draagvlak en rationele overwegingen).

Gericht participeren


"Het is belangrijk om in een vroeg stadium burgers en belangengroeperingen een rol te geven in het beleidsproces, in plaats ze buiten spel te zetten. Beleid komt steeds meer tot stand in de vorm van coproductie. Beleid is niet langer alleen voorbehouden aan overheden. Wel is tijd, geld en ruimte benodigd om een goede betrokkenheid te organiseren. Doet men dit niet dan is sprake van een gemiste kans."


Marco te Brömmelstroet, Universiteit van Amsterdam

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen